De beëindiging van het Vervangingsfonds en de modernisering van het Participatiefonds zijn een stap dichterbij gekomen nu het concrete wetsvoorstel hiertoe gepubliceerd is.

In de toelichting op het wetsvoorstel wordt onder meer ingegaan op de reacties die op de eerdere internetconsultatie zijn binnengekomen en een advies dat de Algemene Rekenkamer uitbracht.

Met het wetsvoorstel wordt enerzijds voorgesorteerd op de beëindiging van de wettelijke vereveningstaak van het Vervangingsfonds. De wet maakt beëindiging van het Vf mogelijk, de feitelijke datum waarop dit zal gaan gebeuren moet nog bepaald worden door de minister en de sociale partners. Als deze organisaties gezamenlijk van mening zijn dat de hele sector primair onderwijs klaar is om verder te gaan zonder Vf, zal dit gaan gebeuren. 

Anderzijds legt het wetsvoorstel de basis voor een vereenvoudiging en modernisering van de werkwijze van het Participatiefonds. Het aantal verschillende vergoedingsgronden voor vergoeding van de uitkering wordt flink teruggebracht en er wordt meer verwacht van schoolbesturen om instroom in werkloosheid te voorkomen en uitstroom te bevorderen. Zo wordt de eigen bijdrage aan werkloosheidskosten standaard 50 procent en kan het bestuur een verzoek doen om dit te verlagen naar 10 procent. Thans is geen sprake van een eigen bijdrage, zolang voldaan wordt aan de regels van de Instroomtoets. Goedkeuring van het verzoek zal mede afhankelijk zijn van de inspanningen van het bestuur om de betrokkene te begeleiden naar ander werk. De inzet is de modernisering per 1 januari 2021 in te voeren.