Het onderzoek van bureau McKinsey & Company naar de toereikendheid van de bekostiging en de doelmatigheid van de bestedingen in het primair en voortgezet onderwijs is afgerond. Het rapport met als titel ‘Een verstevigd fundament voor iedereen’ is op 22 april 2020 door minister Slob naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het rapport laat zien dat structurele investeringen in het onderwijs nodig zijn. De bekostiging die scholen ontvangen is slechts toereikend om het oordeel ‘voldoende’ te krijgen van de Inspectie van het Onderwijs. De ambities binnen het onderwijs en de verwachtingen van de maatschappij zijn echter hoger dan dit minimumniveau. Met de huidige bekostiging lijkt dat hogere niveau niet realistisch. Daarnaast moet de overheid investeren om uitdagingen als het lerarentekort, de veranderende leerlingpopulatie en de onderinvestering in de onderwijshuisvesting het hoofd te bieden.

In het rapport wordt voorts onder meer het volgende geconcludeerd:

  • De overheidsuitgaven in het primair onderwijs liggen relatief laag ten opzichte van andere OESO-landen en liggen onder het OESO-gemiddelde;
  • De uitgaven aan het voortgezet onderwijs zijn in de afgelopen 10 jaar met 2 procent afgenomen;
  • De rijksoverheid investeert in 2019 € 1,8 miljard per jaar meer in het funderend onderwijs dan in 2009 (gecorrigeerd voor inflatie). Dit bedrag wordt echter volledig tenietgedaan door de afname van € 1,9 miljard per jaar in uitgaven van andere overheden. Met name gemeenten geven minder uit aan bijvoorbeeld onderwijsachterstanden, voor- en vroegschoolse educatie, gesubsidieerde banen en onderwijsbegeleiding;
  • Tegelijkertijd zijn de maatschappelijke en politieke verwachtingen wel flink toegenomen. Dit wordt zichtbaar in 4.400 Kamerbrieven met 300 additionele en uiteenlopende opgaven;
  • De kwaliteit van het onderwijs staat (op de lange termijn) onder druk;
  • Om het tij te keren zijn investeringen nodig. Opgeteld rekent McKinsey met een additionele en structurele investering die kan oplopen tot € 1,5 miljard per jaar.