De minister heeft een beleidsregel gepubliceerd die het mogelijk maakt te experimenteren met sectoroverstijgende teambevoegdheden in het kader van 10-14-onderwijs. Met dit experiment wordt mogelijk gemaakt dat 10-14-initiatieven kunnen werken met een teambevoegdheid. In de constructie van een teambevoegdheid zijn leraren gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderwijs dat zij geven, zonder dat iedere leraar hiervoor dezelfde bevoegdheden moet hebben. De verschillende individuele bevoegdheden van de betrokken leraren vullen elkaar aan. De bevoegdheden van de leraren gezamenlijk vormen de bevoegdheid van het team als geheel. Dit vergroot de inzetbaarheid van leraren over de onderwijssoorten heen. Het personeel blijft in dienst van de school van de onderwijssoort waarvoor zij bevoegd zijn, behoudt de eigen bevoegdheid en is als individu alleen verantwoordelijk voor dat deel van het onderwijs waarvoor hij of zij bevoegd is. Deze constructie bestaat reeds in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (art. 33, vijfde lid, WVO). Een wetsvoorstel dat deze constructie mogelijk maakt voor samenwerkingsverbanden tussen vmbo en mbo is in voorbereiding.

Het 10-14-onderwijs is populair. In 2017 startten zes scholen, in 2018 verdubbelde dat aantal naar twaalf. De verwachting is dat er meer initiatieven bestaan en meer initiatieven nog zullen starten. De eerste twaalf initiatieven worden in een pilot gemonitord. De precieze invulling van het 10-14-onderwijs verschilt per initiatief. De meeste initiatieven zijn erop gericht dat leerlingen twee jaar langer de tijd krijgen voordat zij doorstromen naar het vo, andere initiatieven bieden juist extra uitdaging aan po-leerlingen die al eerder door kunnen stromen. Gemeenschappelijke deler van de verschillende initiatieven is sterke samenwerking tussen po- en vo-scholen, waarbij leraren van beide scholen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan deze leerlingen. Ook als leerlingen op een aparte locatie binnen een 10-14 initiatief onderwijs volgen, staan de leerlingen met een po-leeftijd ingeschreven bij een school voor primair onderwijs en leerlingen met een vo-leeftijd bij een locatie van voortgezet onderwijs.