Er is nadere informatie bekend gemaakt over de werking van het Participatiefonds (Pf) in de gemoderniseerde situatie. Streefdatum voor de invoering van deze modernisering is 1 januari 2021.

De nieuwe systematiek houdt in dat werkloosheidsuitkeringskosten die  voortvloeien uit ontslag voor 50% door de werkgever worden gedragen en voor 50% door het Participatiefonds. Het schoolbestuur hoeft hier  geen vergoedingsverzoek voor in te dienen. Het schoolbestuur heeft de mogelijkheid de eigen bijdrage te verlagen tot 10%. Dan moet het schoolbestuur voldoen aan de inspanningsverplichting en één van de zeven beëindigingsgronden in het reglement. Deze zeven gronden zijn:

  • wegens bedrijfseconomische reden via UWV;
  • wegens bedrijfseconomische reden via vaststellingsovereenkomst;
  • wegens langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid (via UWV);
  • via (kanton)rechter op tegenspraak;
  • tijdelijk contract voor vervanging;
  • tijdelijk contract van zij-instromer;
  • participatiebaan.

In alle andere gevallen kan bij beëindiging niet getoetst worden of het ontslag vermijdbaar was. Daarom geldt in die situaties de standaard eigen bijdrage van 50% en een vergoeding door het Pf van 50%. Bijvoorbeeld bij een vaststellingsovereenkomst zonder bedrijfseconomische gronden. En bij het aflopen van tijdelijke contracten anders dan voor vervanging. De werkgever hoeft in deze gevallen niets te doen, dus ook geen verzoeken in te dienen of documenten aan te leveren.

Bij bepaalde beëindigingsgronden is er nog een voorwaarde voor verlaging van de eigen bijdrage. De werkgever moet dan aantonen aan de inspanningsverplichting te voldoen. Dat wil zeggen dat werkgever en werknemer in de periode voorafgaand aan het ontslag van-werk-naar-werk-activiteiten ondernomen hebben en dat daar een vastgesteld bedrag in geïnvesteerd is.