In de jaarlijkse publicatie over de groepsgrootte en leerling-leraarratio in het primair onderwijs wordt dit jaar extra aandacht besteed aan het speciaal basisonderwijs.  De leerling-leraarratio in het speciaal basisonderwijs steeg licht in zowel 2017 als 2018, terwijl de leerling-leraarratio in die jaren in het bao juist daalde. Daarom zegde de ministerie in 2019 toe hier extra onderzoek naar te doen. Bij 11 samenwerkingsverbanden en 12 sbo-scholen, waarvan de meeste te maken hadden met een sterke stijging van de ll-ratio, zijn mogelijke oorzaken voor de stijging onderzocht. Ook is een analyse uitgevoerd op de landelijke cijfers. Hierover is ook een factsheet gepubliceerd. Het blijkt dat er niet één enkele oorzaak is aan te wijzen voor de stijging in de ll-ratio. Wettelijke kaders rondom het stichten van nieuwe scholen en regionale afspraken in het samenwerkingsverband kunnen een rol spelen bij de toelating en instroom van leerlingen in het sbo, maar er is geen directe relatie met de ontwikkeling van de ll-ratio. Dit geldt ook voor de onderwijskundige keuzes die op school worden gemaakt, zoals de inzet van ICT of andere vormen van lesgeven. Wat wel van invloed lijkt te zijn, is de toename van het aantal jongere kinderen in het sbo (kleuterleeftijd), in combinatie met een nog achterblijvend aantal fte aan onderwijzend personeel. Dit sluit aan bij de krappere arbeidsmarkt waar scholen mee te maken hebben en waardoor het vinden van leraren moeilijker is geworden.