De Inspectie van het Onderwijs heeft nieuwe signaleringswaarden ontwikkeld voor bovenmatige reserves bij onderwijsinstellingen. Minister Slob heeft de Kamer hierover geïnformeerd. Aanleiding is dat de inspectie in 2018 in De Financiële Staat van het Onderwijs 2017 concludeerde dat de reserves van onderwijsinstellingen geleidelijk toenemen. Er blijft structureel geld over aan het einde van het jaar, in nagenoeg alle onderwijssectoren. Daarom werd toen toegezegd een signaleringswaarde voor reserves te ontwikkelen. Als de reserve van een onderwijsbestuur boven de signaleringswaarde uitkomt, is de reserve mogelijk te hoog. Daarom wordt gesproken over een signaleringswaarde. Het is geen norm. Er worden signaleringswaarden voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden gepresenteerd. De formule voor schoolbesturen kent een organisatie-afhankelijke variabele.

Andere interessante elementen in de brief zijn:

  • Vooral in het primair en het voortgezet onderwijs zijn er besturen en samenwerkingsverbanden met een eigen vermogen dat boven de signaleringswaarde uitstijgt. Vaak gaat het niet om enorme bedragen, maar doordat het wel veel besturen zijn, loopt het bedrag al snel op.
  • De inspectie zal in alle sectoren de komende jaren in ieder geval jaarlijks de 5% van de besturen monitoren die met hun eigen vermogen het meest boven de signaleringswaarde zitten.
  • De inspectie alleen kijkt naar het publieke deel van het eigen vermogen. Eventueel privaat vermogen valt dus buiten het bestek van de inspectie, want die kijkt alleen hoe publiek geld besteed wordt.

Elders in deze Infinite Update gaan we in wat de minister in zijn brief schrijft over de reserves van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs.