De ministers Slob en Van Engelshoven hebben de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de financiële positie van onderwijsbesturen per 31 december 2019. Per sector worden gepresenteerd: de exploitatieresultaten, de financiële kengetallen en de mogelijk bovenmatige publieke reserves. De exploitatieresultaten van de besturen waren in 2019 positief, er bleef geld over. De voornaamste verklaring hiervoor is dat het ministerie eind 2019 convenantsgeld beschikbaar stelde. Doordat het geld laat in het jaar beschikbaar kwam, kwam het in de resultaten over 2019 terecht, en daarmee ook in het eigen vermogen. De brief bevat feiten, nog geen duiding van de cijfers. Dit zal gebeuren in de  Financiële Staat van het Onderwijs 2019 die volgende maand verschijnt. Daarin presenteert de Inspectie van het Onderwijs haar analyse van de financiële ontwikkelingen in alle sectoren.

In hun brief gaan de ministers verder in op de coronacrisis (‘de crisis zal mogelijk een negatief effect hebben op de resultaten over 2020 en de meerjarige continuïteitscijfers’) en de verwerking groot onderhoud in de jaarrekening (‘op dit moment rondt een werkgroep haar onderzoek en advies af, in december 2020 zullen de ministers hun reacties daarop bekend maken).