De Tweede Kamer besprak onlangs de reactie van minister Slob op het rapport van het onderzoek van bureau McKinsey & Company naar de toereikendheid van de bekostiging en de doelmatigheid van de bestedingen in het primair en voortgezet onderwijs. In een eerder bericht vatten wij zowel het rapport als de reactie van de minister voor u samen.

Tijdens het debat werden twee moties ingediend. De ene motie ging over het door de overheid bepalen van een minimumpercentage van de lumpsum per schoolsoort dat aan leraren en onderwijsondersteuners zou moeten worden uitgegeven. De anderemotie stond dat op basis van leerling/leraarratio’s de personeelslasten in de lumpsum zouden moeten worden geoormerkt. Beide moties werden door de minister ontraden en verworpen. Minister Slob stelde onder meer:

  • de variatie in scholen en bekostiging is groot;
  • het kan goed zijn voor schoolbesturen als zij hun uitgaven aan personeel en ondersteuning vergelijken met die van andere besturen;
  • dat uit gesprekken met bestuurders blijkt dat personele kosten de laatste post is waarop zij in het geval van een bezuiniging zouden korten;
  • scholen sinds 2006 al meer geld uitgeven aan personeel in de vorm van hogere salarissen die harder zijn gestegen dan de cao-lonen;
  • een maatregel averechts kan werken als het minimum als norm gezien gaat worden.