Vanaf het verslagjaar 2023 zal de opbouw van de voorziening groot onderhoud veranderen. Dit heeft het ministerie aangekondigd in een webinar. De verandering houdt verband met wijziging van de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

In het webinar werd onder meer meegedeeld:

  • Een voorziening groot onderhoud mag vanaf 2023 alleen nog maar gestoeld zijn op een meerjarenonderhoudsplan (MOP) en mag alleen gebaseerd zijn op de zogenaamde ‘componentenmethode’. Het ministerie zal daarvoor met een handreiking komen. In februari 2020 zijn we in Infinite Update al uitvoerig ingegaan op dit onderwerp. Dit artikel kunt u hier teruglezen. We beschreven onder meer wat de componentenmethode inhoudt en welke andere manieren van verwerken van de kosten van groot onderhoud in de toekomst wel en niet toegestaan zullen zijn.
  • Het MOP dient te worden ingevuld op basis van periodiek schouwen van het gebouw, waardoor het bedrag in de voorziening naar verwachting zal worden beperkt.
  • De gewijzigde opbouw van de voorziening zal voor een deel van de schoolbesturen resulteren in een verschuiving van middelen van het eigen vermogen naar de voorziening. De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zullen een plan van aanpak opstellen waar de betreffende schoolbesturen gebruik van kunnen maken.
  • Er komt een overgangstermijn.
  • Er zijn in ieder geval in 2022 al effecten, omdat men dan de begroting voor 2023 opstelt (en mogelijk al eerder in het kader van meerjarenraming).
  • Schoolbesturen en gemeenten moeten het gesprek met elkaar aangaan over de vraag wie wat betaalt. Het ministerie gaf te kennen dat renovatie in beginsel voor rekening van de gemeente komt, maar ook dat per geval kan verschillen in welke mate dit het geval is. Er is een wet in de maak die hier helderheid over moet verschaffen. Naar verwachting zal deze wet in 2023 van kracht worden.

De volledige rapportage met beleidsvoornemens vanuit het ministerie volgt naar verwachting in december.