Eerder dit jaar schreven we al veelvuldig over de vereenvoudiging bekostiging in het vo. Het kabinet wil per 1 januari 2022 de toekenning van de basisbekostiging van het Rijk aan het vo makkelijker maken. De vereenvoudiging betreft de basisbekostiging door OCW/DUO aan de scholen en houdt in dat er van de huidige 40 parameters voor de berekening van de bekostiging slechts 4 overblijven. Daardoor ontstaan wel herverdeeleffecten tussen scholen en besturen. Een indicatie daarvan, op basis van de voorlopige leerlingaantallen per 1 oktober 2018, wordt gegeven via een instrument.

Onlangs is de inhoud van een aanvullende regeling voor geïsoleerde vestigingen en geïsoleerde brede scholengemeenschappen bekend gemaakt. Minister Slob heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin de concept regeling. De regeling voor geïsoleerde scholen gaat, gelijk met de gehele vereenvoudiging van de bekostiging, ook in per 1 januari 2022 en bevat twee elementen:

  1.  Een toeslag voor geïsoleerde vestigingen. Een vestiging is geïsoleerd als binnen een straal van 8 kilometer hemelsbreed geen andere vestiging is gelegen waarop datzelfde aanbod wordt aangeboden. De toeslag is gelijk aan de vaste voet voor een hoofdvestiging, op dit moment is dat ruim € 200.000.
  2. Een extra toeslag voor kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen. Deze komt bovenop de toeslag voor geïsoleerde vestigingen. De toeslag geldt voor brede scholengemeenschappen die minder dan 1.200 leerlingen hebben en minstens één vestiging hebben die voldoet aan de eisen van de eerste component. De toeslag bedraagt ongeveer € 2.000 per leerling voor elke leerling onder de 1.200. Dit betekent bijvoorbeeld dat een kleine geïsoleerde brede scholengemeenschap van 900 leerlingen een extra toeslag van ongeveer € 600.000 krijgt. Naarmate een brede scholengemeenschap kleiner is, ontvangt de vestiging dus een grotere toeslag.

Daarnaast kondigt de minister een regeling aan voor kleine vestigingen met een volledig breed onderwijsaanbod (vmbo basis/kader tot vwo). Het gaat om circa 75 brede schoolgemeenschappen. Zij ontvangen structureel een extra vaste voet van ongeveer € 200.000.

Tot slot past de minister de aanvullende bekostiging voor startende scholen aan. Er komt een aanvullend bedrag per school, dat afhankelijk is van hoe lang de school bestaat en hoeveel leerlingen de school heeft. Daarbij geldt een gestaffeld systeem, waarbij het aanvullende bedrag per school het hoogste is vlak na de start van de school, omdat er dan nog sprake is van beperkte omvang. Naarmate de school groeit, neemt het aanvullende bedrag langzaam af. Deze nieuwe systematiek zorgt ervoor dat negatieve herverdeeleffecten voor startende scholen fors worden gereduceerd. Voor bijna alle startende scholen geldt dat zij door deze aanvullende regeling van een indicatief negatief herverdeeleffect van meer dan 10 procent gaan naar een indicatief negatief herverdeeleffect van minder dan 3 procent.

De bovengenoemde maatregelen worden gedekt binnen het totaalbedrag van de bekostiging voor het vo. De benodigde middelen voor deze maatregel worden daarom, net als de middelen voor de regeling geïsoleerde scholen, meegenomen bij de berekening van de definitieve hoogte van de parameters.