Minister Slob liet onderzoek doen naar het toelatingsbeleid in het primair en voortgezet onderwijs. Hij ontving onlangs het rapport ‘Alle scholen toegankelijk: een open deur?’. Het rapport stuurde hij samen met een brief naar de Tweede Kamer. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, een analyse van schoolgidsen, interviews met sleutelinformanten, ouders en scholen en enquêtes onder zo’n 800 scholen en 6.000 ouders. In de eerste plaats gaat de brief in algemene zin over toelating en toegankelijkheid. Toelatingsaspecten die passend onderwijs raken nemen een belangrijke plaats in, zowel in het onderzoek als in de brief. Enkele elementen uit de brief zijn:

  • de minister zet nog eens uitvoerig het wettelijk kader uiteen;
  • uit het onderzoek blijkt dat scholen over het algemeen op een goede en integere manier omgaan met toelating van leerlingen, maar ook dat er ruimte voor verbetering is in het functioneren van het toelatingsbeleid en de zorgplicht. Bepaalde groepen ouders en leerlingen worden op dit moment soms benadeeld;
  • de helft van de scholen in het primair onderwijs en 70% van de scholen in het voortgezet onderwijs verwijst weleens door naar een andere school, omdat zij verwachten zelf niet te kunnen voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van een leerling. Daar zijn meestal goede en gegronde redenen voor, maar die redenen moeten wel bekend en helder zijn voor ouders en dat blijkt niet altijd het geval.