In 2020 is het onderzoeksrapport Verslaglegging groot onderhoud schoolgebouwen uitgebracht. Aanleiding voor het onderzoek was de constatering van de Raad van de Jaarverslaggeving (RJ) en de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie Accountancy (NBA) dat een aanzienlijk aantal schoolbesturen een methode gebruikt die afweek van de regels van de RJ. Dit zou er toe kunnen leiden dat hun jaarverslagen mogelijk worden afgekeurd. Dit probleem speelt onder andere in het primair en voortgezet onderwijs. Uit het rapport komt naar voren dat er weinig discussie is over het doel van de regels van de RJ. Het opbouwen van de voorziening groot onderhoud, conform de regelgeving, geeft immers een reëel beeld van financiële risico’s in de jaarrekening. Besturen willen echter graag een scherpere definitie van ‘groot onderhoud’, zodat duidelijker wordt voor welke uitgaven zij een voorziening kunnen vormen. Verder staat in het rapport dat helder moet zijn hoe de verantwoordelijkheden voor onderhoud zijn verdeeld tussen schoolbesturen en gemeenten. Die helderheid is mede nodig omdat investeringen nodig zijn voor uitvoering van het klimaatakkoord. Daarnaast hebben diverse schoolbesturen ervaren dat meerjarige onderhoudsplannen realistischer, praktischer en dunner worden als ze die met de gebruikers beleidsrijk maken. Daarvoor moeten besturen wel investeren in kennis en ervaring opbouwen. Schoolbesturen moeten daarbij zorgen voor voldoende (financiële) expertise.

In zijn brief gaat de minister in op de vervolgstappen. In dit verband schrijft hij onder meer:

  • Volgens de werkgroep is het zeker mogelijk om de methodiek die de RJ voorstelt in te voeren, als dat maar zorgvuldig gebeurt en belanghebbenden er goed over worden geïnformeerd. De methodiek verhoogt de administratieve lasten wel enigszins, maar dat wordt gecompenseerd door een scherper inzicht in wat er aan groot onderhoud moet gebeuren.
  • De minister gaat met de PO-Raad en de VO-raad in gesprek over de financiële verslaglegging van groot onderhoud. Hij geeft de schoolbesturen – in lijn met het advies – twee jaar extra de tijd om over te stappen op de gewenste methodiek. De begroting voor 2023, in het najaar van 2022, moet voor het eerst gebaseerd zijn op de RJ-methodiek voor de verwerking van groot onderhoud. In de tussentijd zullen het ministerie en de betrokken onderwijssectoren eventuele onduidelijkheden in de regelgeving zoveel mogelijk wegnemen.