Tot en met 30 april 2021 kunnen scholen weer subsidie aanvragen voor het ontwikkelen en uitvoeren van een doorstroomprogramma po-vo. Doel van deze programma’s is om de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs te versoepelen voor de groep leerlingen die minder onderwijskansen hebben dan hun klasgenoten, en zo de kansengelijkheid te bevorderen. Deelnemers zijn leerlingen die op een hoger niveau kunnen presteren, maar minder ondersteuning of hulpbronnen tot hun beschikking hebben dan hun klasgenoten. Door deelname aan een doorstroomprogramma vergroten zij hun kennis en vaardigheden.

Het staat scholen vrij om de inhoud van het doorstroomprogramma te bepalen, mits wordt ingezet op kennis en vaardigheden die binnen de (overgang naar de) vo-school van belang zijn, en de randvoorwaarden die nodig zijn om − in het vo − tot leren te komen. Het programma dient in elk geval twee van de volgende inhoudelijke lijnen te bevatten: a. cognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld taal- en leesvaardigheid; b. metacognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld gericht op het versterken van zelfstandig leren; c. aandacht voor omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie, zoals het helpen van ouders om hun kind bij het schoolwerk te ondersteunen.

De belangrijkste wijziging ten opzichte van voorgaande jaren is dat scholen in het vo aan twee doorstroomprogramma’s mogen deelnemen. Scholen uit het po mogen meedoen aan maximaal één doorstroomprogramma. Dit geldt ook voor nevenvestigingen van scholen.