De subsidieregeling om onnodig zittenblijven te voorkomen is eerder deze maand gepubliceerd. Deze vervangt de eerdere subsidieregeling lente- en zomerscholen VO. In de nieuwe regeling wordt de focus verlegd van de relatief curatieve lente- en zomerschoolprogramma’s naar meer structurele en preventieve interventies zoals leerlingbegeleiding, signalering van achterstanden, professionalisering van leraren en ouderbetrokkenheid. Het blijft mogelijk subsidie aan te vragen voor een zomerschool, met als voorwaarde dat de aanvrager ook maatregelen treft om onnodig zittenblijven duurzaam te voorkomen.

De subsidieregeling loopt van 2021 tot en met 2023 en geeft besturen de mogelijkheid om eenmalig subsidie aan te vragen voor een duurzame interventie om onnodig zittenblijven te voorkomen, eventueel aangevuld met een programma buiten de reguliere lestijd, zoals een zomerschool of een ander programma buiten het reguliere aanbod om.  De regeling maakt onderscheid tussen structurele en aanvullende interventies.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in 2021, 2022 en 2023 jaarlijks € 8.750.000 beschikbaar. Het subsidiebedrag voor een structurele interventie bedraagt € 15.000 per vestiging. Het subsidiebedrag voor een aanvullend programma bedraagt € 450 per begrote leerling met een maximum van € 10.000. De aanvrager kan maximaal één aanvraag per vestiging indienen gedurende de looptijd van deze regeling. Een subsidieaanvraag voor het kalenderjaar 2021 kan worden ingediend tussen 8 maart 2021 en 1 mei 2021. De ontvangen middelen kunnen worden ingezet t/m 31 december 2022. Voor de daarop volgende jaren gelden dezelfde perioden. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan (zomerscholen: 1 april aanvraag, 1 juni besluit).