De Inspectie van het Onderwijs heeft er op gewezen dat het samenwerkingsverband (swv) geen eigen bekostiging mag besteden aan het bestrijden van taalachterstanden bij leerlingen voor wie het Nederlands de tweede taal is (NT2). De middelen die het swv ontvangt zijn bestemd voor de personele en materiële kosten die samenhangen met de inrichting van de ondersteuningsstructuur binnen het samenwerkingsverband. Het bieden van ondersteuning gericht op het bestrijden van taalachterstanden valt hier niet onder. Middelen die specifiek hiervoor bedoeld zijn, verstrekt het ministerie aan schoolbesturen en gemeenten. Die kunnen overigens wel besluiten het swv te vragen bepaalde taken te vervullen, en bijbehorende middelen over te dragen. Het swv neemt in zo’n geval ook niet-wettelijke taken op zich. Maar het mag hier geen eigen middelen voor inzetten. Als de inspectie constateert dat er sprake is van een onrechtmatige situatie, dan moet het bestuur van het samenwerkingsverband dit duurzaam herstellen en vordert de inspectie de onrechtmatig bestede bekostiging terug bij het swv.

Leerlingen kunnen naast hun taalachterstand overigens ook (een) ondersteuningsbehoefte(n) hebben die het bevoegd gezag aanmerkt als extra ondersteuning (ondersteuning die de basisondersteuning overstijgt). Dan kan het schoolbestuur hiervoor natuurlijk wel de middelen of mogelijkheden van passend onderwijs inzetten.