Regeling personele bekostiging 2019-2020

2019-03-12

De Regeling personele bekostiging primair onderwijs 2019 -2020 is voor de eerste maal gepubliceerd.

Deze regeling is ook van belang voor de samenwerkingsverbanden passend onderwijs VO, omdat zij te maken hebben met het voortgezet speciaal onderwijs dat onder het primair onderwijs valt.
De Regeling personele bekostiging po heeft altijd betrekking op een schooljaar en de betreffende regeling verschijnt altijd driemaal: vóór aanvang, kort na aanvang en na afloop van het betreffende schooljaar. Hieruit volgt dat de verschillende jaargangen van deze regeling zich gedeeltelijk parallel aan elkaar ontwikkelen (nu is verschenen de eerste versie van de regeling 2019-2020, de laatste versie van de regeling 2018-2019 zal straks in het najaar nog verschijnen, ongeveer gelijktijdig met de tweede versie van de regeling 2019-2020). In de verschillende versies van de regeling worden onder meer ontwikkelingen in loon- en premiepeil verwerkt.

Voor uw eindejaarsprognoses 2019 en begrotingen 2020 is het van belang goed te documenteren op basis van welke regeling(en) u de begroting maakt, zodat de eindejaarsprognoses goed kunnen aansluiten op de in de begroting gehanteerde versie.

De belangrijkste inhoudelijke wijziging in deze regeling ten opzichte van eerdere regelingen is de invoering van de nieuwe verdeelsystematiek van de onderwijsachterstandsmiddelen. Als gevolg van de nieuwe verdeelsystematiek is deze regeling, ten opzichte van de regeling over het voorgaande schooljaar, op enkele punten aangepast. Zo verdwijnt het basisbedrag en leeftijdsbedrag per eenheid schoolgewicht en het basisbedrag per gewichtenleerling in een impulsgebied. Om schoolbesturen voldoende tijd te bieden om zich voor te bereiden op een andere hoogte van aanvullende bekostiging voor het onderwijsachterstandenbeleid is er voorzien in een overgangsregeling. Wanneer een school op basis van de nieuwe systematiek minder middelen ontvangt dan het vastgestelde bedrag op basis van de oude systematiek, worden vaste percentages gehanteerd voor het meenemen van het verschil tussen beide bedragen (in schooljaren 2019–2020, 2020–2021 en 2021–2022 respectievelijk 75%, 50% en 25%). Wanneer een school op basis van de nieuwe systematiek meer middelen zou ontvangen dan het vastgestelde bedrag op basis van de oude systematiek, worden de percentages voor het meenemen van het verschil tussen beide bedragen bij ministeriële regeling vastgelegd. Zo wordt voorkomen dat gedurende de overgangsperiode er minder middelen voor onderwijsachterstanden beschikbaar worden gesteld dan er beschikbaar zijn op de begroting.

In de nu gepubliceerde versie van de Regeling personele bekostiging 2019-2020 zit een kleine ophoging van de reguliere lumpsum met 0,049%, bestaande uit een reguliere verhoging van 0,43% en een afname als gevolg van de daling van de gemiddelde gewogen leeftijd (GGL) met 0,381%. Dit betreft zowel de gemiddelde personeelslast van de leraren als het basisbedrag in het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB).

Het budget personeel- en arbeidsmarktbeleid is opgehoogd met het bedrag ad € 64,53 per leerling als gevolg van het naar voren halen van de werkdrukmiddelen. Hiermee is er per leerling € 220,08 vanaf 2019-2020 beschikbaar in plaats van € 155,55. Dit bedrag zal dan tot en met 2022-2023 beschikbaar zijn. Pas in schooljaar 2023-2024 komt dan naar verwachting het volledige bedrag ter beschikking van structureel circa € 283 per leerling. Dat is twee jaar later dan er eerst overeen was gekomen.

Lees hier de Regeling personele bekostiging 2019-2020.